Visie

Wij hanteren de werkwijze en visie van de VAK. Daarnaast heeft iedere ondernemer nog een eigen pedagogisch werkplan (ter inzage op de groep)

Bij het formuleren en benoemen van onze visie op een goede pedagogische kinderopvang hebben we ons laten inspireren door de pedagogische visies en methodes van Thomas Gordon, Aletha Solter, Emmi Pikler, Friedrich Fröbel, Helen Tovey, Martinus Langeveld en Steven Pont. Deze visies en pedagogische methodes zijn in het beleidsplan verwerkt en zijn daardoor onderdeel van het dagelijks pedagogisch handelen op de agrarische kinderopvang.

Wij accepteren de eigenheid van het kind, waaronder ook het eigen ritme. Wij vertrouwen op wat het kind (vaak onbewust) aangeeft te willen zoals korter/langer slapen, minder/meer eten of drinken. Wij werken kind- volgend en willen de kinderen volgend begeleiden in hun ontwikkeling. Hierbij geldt wel, dat de wil van het kind uiteraard geen negatieve gevolgen voor de gezondheid en of veiligheid mag hebben. Aangezien de volgorde van het dagritme belangrijker is dan het tijdstip waarop iets plaatsvindt, geven wij geen exacte tijdsbepalingen.

Het kind wordt gestimuleerd om tot ontwikkeling te komen, zowel individueel als in sociaal groepsverband. Door veelzijdige en uitdagende binnen- en buitenruimtes aan te bieden, krijgen alle ontwikkelingsgebieden van het kind spelenderwijs de kans zich optimaal te ontwikkelen.

De peuters kunnen er spelen, alleen of met elkaar, plezier maken, uitdagingen zoeken, hun fantasie laten prikkelen, bezig zijn met de boerderijdieren, de tuin ontdekken De vier pedagogische basisdoelen waar wij mee werken zijn:

Emotionele veiligheid

Wij zorgen voor een warme, veilige en vertrouwde omgeving waarin kinderen kunnen eten en drinken, slapen, spelen en lekker kind kunnen zijn. Door de relatie die een leidster met een kind opbouwt zorgen dat het kind zich veilig voelt op het kinderdagverblijf en hierdoor tot zijn recht komt. We geven de kinderen de ruimte om zichzelf te zijn en in hun eigen tempo te ontwikkelen. De veelzijdige binnen- en buitenruimte staan dagelijks tot hun beschikking om ontdekt te worden, door uitgedaagd te worden en door omarmd te worden.

Persoonlijke competentie

We maken daar gebruik van de pedagogische meerwaarde die de natuurrijke omgeving biedt. De kinderen kunnen in speciale bedjes buiten slapen of op het gras liggen en rondkijken. Voor de kinderen is het heerlijk om een heuveltje op en af te lopen, te balanceren over een boomstam of met een boekje in een ‘wilgenhutje’ te zitten. Dromend, spelen met zand en water, liggend in het gras of gewoon “zijn” in de open natuurlijke ruimte zijn belangrijke ontwikkelingsmomenten. De prikkelarme, landelijke omgeving geeft hier rust en ruimte voor.

Sociale competentie

Op de opvang komen kinderen als vanzelfsprekend met andere kinderen en volwassenen in contact. Op deze manier leren zij spelenderwijs met anderen omgaan en kunnen zij zich sociaal veelzijdig ontwikkelen. In contact met anderen ontwikkelt het kind zijn eigen sociale vaardigheden.

Waarden en normen

Voor het eigen maken van waarden en normen, is het van belang dat kinderen kunnen leren van “dat wat hen wordt voorgeleefd”. Met respect omgaan met elkaar, met de kinderen, met ouderen, met de levende natuur en materialen, staan daarbij voorop.

Kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving, met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij.